Ik ben in Babel geboren. Mijn grootouders komen uit Jeruzalem. Ze noemen mij de tweede Jesaja, omdat ik schijn in doen en laten te lijken op de profeet Jesaja die 150 jaar geleden leefde.
Een groepje mensen zit in Babel moe en verdrietig bij elkaar. Ze zijn moe en uitgeblust, gedeukt en geknakt, afgebeuld. Kijk ze daar eens zitten, ver van huis. Een triest gezicht. Mensen zonder hoop en zonder troost.
Jesaja de Tweede maakt een inspirerend troostlied voor hen.
De Eeuwige zegt:
‘Troost mijn mensen!
Kom op, ga ze troosten!
Spreek ze moed in en roep ze toe:
Je hebt lang genoeg geleden.
Je bent lang genoeg gestraft.
Aan alle ellende komt een eind.Hoor! Iemand roept:
‘Leg een weg aan in je woestijn!
Een pad door je dorre land.
Geen bergen en dalen meer
Geen kronkelpaden
Nee gewoon rechttoe rechtaan
Maak plaats: de koning komt eraan!’
Alle mensen zullen het zien
Hoor! Iemand zegt: ‘Roep!’
‘Wat moet ik roepen dan?’
Wij mensen zijn als gras,
als bloemetjes in het veld.
Er hoeft maar iets te gebeuren
en er blijft niets van over.
Maar de Eeuwige blijft trouw!Klim op een hoge berg
Maak het goede nieuws bekend,
zo luid als je kunt:
‘Degene die in aantocht is
zal een krachtig persoon zijn,
een herder, die voor ons zorgt
en ons thuis zal brengen’.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten